ECLI:NL:RBDHA:2023:18641

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
NL23.24791
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging tijdelijke bescherming van een derdelander uit Oekraïne bevestigd

De rechtbank Den Haag heeft op 1 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een derdelander van Algerijnse nationaliteit, beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023.

Eiser had zijn zienswijze ingediend na het voornemen tot beëindiging en voerde onder meer aan dat hij vanwege zijn gezinssituatie in Nederland wil blijven. De rechtbank overwoog dat verweerder bevoegd was om de tijdelijke bescherming te beëindigen, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van 30 oktober 2023. Er was geen aanleiding voor een individueel gehoor en het besluit was zorgvuldig voorbereid.

Hoewel eiser persoonlijke omstandigheden aanvoerde, waaronder het opvoeden van een baby met zijn Nederlandse partner, achtte de rechtbank dit onvoldoende om het besluit te wijzigen. Eiser kan via een Chavez-aanvraag en een asielprocedure zijn persoonlijke situatie laten meewegen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.24791

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], van Algerijnse nationaliteit, eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 23 augustus 2023 waarbij verweerder aan eiser heeft medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) [1] en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit) [2] , eindigt op 4 september 2023.
1.1.
Op 3 juli 2023 heeft verweerder zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke bescherming van eiser op 4 september 2023 te beëindigen. Eiser heeft zijn zienswijze ingebracht. Vervolgens is het bestreden besluit genomen, waartegen het beroep zich richt.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2023 op zitting behandeld samen met de voorlopige voorziening (NL23.24792). Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser verzocht om aanhouding totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak heeft gedaan in lopende hoger beroepsprocedures over de beëindiging van de tijdelijke bescherming. De rechtbank heeft besloten de behandeling ter zitting voort te zetten. Ook thans ziet de rechtbank geen reden om de beslissing aan te houden.
4. Bij uitspraak van 30 oktober 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats geoordeeld dat verweerder bevoegd was de tijdelijke bescherming voor de groep die is aangeduid als facultatieve groep te beëindigen (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291). Er is geen aanleiding gezien prejudiciële vragen te stellen. Wat eiser daartegen in deze zaak heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
5. Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over het (voorgenomen) besluit. Onder verwijzing naar de hiervoor, onder 4, genoemde uitspraak (overweging 7.2) is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft kunnen afzien van een individueel gehoor. De rechtbank is daarom van oordeel dat het besluit niet onzorgvuldig is voorbereid.
6. Eiser heeft op de zitting aangegeven dat hij met zijn Nederlandse vriendin een baby van drie maanden heeft. Ze willen samen hun kind opvoeden en eiser wil daarom graag in Nederland blijven. Teruggaan naar Algerije is wat eiser betreft geen optie. Behalve familie heeft hij daar niets meer.
7. De rechtbank ziet in hetgeen door eiser naar voren is gebracht geen grond voor het oordeel dat verweerder geen gebruik kon maken van de bevoegdheid de tijdelijke bescherming te beëindigen. De gemachtigde heeft op de zitting aangegeven dat eiser een zogenoemde Chavez-aanvraag zal indienen om te kunnen verblijven bij zijn kind. In dat kader zal verweerder de persoonlijke omstandigheden van eiser en diens kind meewegen. Daarnaast heeft eiser een asielaanvraag ingediend in welk kader verweerder de situatie in het land van herkomst zal beoordelen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55/EG betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
2.Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Pro de Richtlijn, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan.