ECLI:NL:RBDHA:2023:18644
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een Nigeriaanse derdelander, had een beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 werd beëindigd per 4 september 2023.
Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de gevolgen van het beëindigingsbesluit te stuiten. De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 7 november 2023 behandeld samen met het hoofdberoep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu het hoofdberoep (zaak NL23.24983) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.