ECLI:NL:RBDHA:2023:18665

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
NL22.25601
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VwArt. 8 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel van vertrek wegens medische redenen

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan om uitstel van vertrek uit Nederland op grond van medische redenen, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Verzoeker stelde dat hij niet voldoende middelen had om het griffierecht te betalen en vroeg om vrijstelling hiervan. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek gehonoreerd en vastgesteld dat verzoeker niet in staat is het griffierecht te voldoen.

Op 24 oktober 2023 vond de zitting plaats waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk als de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig waren. Inmiddels heeft de rechtbank op 27 november 2023 uitspraak gedaan in het hoofdberoep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, maar veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten van € 837,-. Er zijn geen verdere kosten vastgesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. Spelt en griffier E. Kersten en is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,-.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25601
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. S. Aboulouafa).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker om niet te worden uitgezet zolang niet op zijn beroep is beslist.
1.1.
De staatssecretaris heeft de aanvraag van verzoeker om uitstel van vertrek uit Nederland met het besluit van 13 december 2022 afgewezen. Met het besluit van
12 mei 2023 (het bestreden besluit) op het bezwaar van verzoeker is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 oktober 2023 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker,
S. Andresian als tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft gesteld dat hij niet genoeg geld heeft om het griffierecht te betalen en daarom heeft hij gevraagd om een vrijstelling daarvan. De voorzieningenrechter beslist dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet voldoende inkomen of vermogen heeft om het griffierecht te betalen. Daarom hoeft verzoeker geen griffierecht te betalen.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.16705, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Gelet op de uitkomst in het beroep, veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 837,- omdat de gemachtigde van verzoeker een
verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 november 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.