Eiser heeft op 5 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft eiser de staatssecretaris op 15 augustus 2023 in gebreke gesteld en op 30 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de beslistermijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, heeft overschreden. De ingebrekestelling was rechtsgeldig en de wettelijke termijn van twee weken na ontvangst daarvan was verstreken. Daarom is het beroep kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat bij overschrijding van de beslistermijn in soortgelijke zaken sprake is van een bijzonder geval volgens artikel 8:55d Awb. De staatssecretaris krijgt een termijn van acht weken om alsnog te beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast is een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 en is de reeds verbeurde dwangsom vastgesteld op €1.442. De staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50 aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 december 2023.