ECLI:NL:RBDHA:2023:18689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid ernstig risico bij terugkeer naar Gambia
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend op 14 oktober 2020, gebaseerd op pesterijen en fysieke aanvallen in Gambia vanwege een ongeluk dat zijn gebit beschadigde. Hij vreesde bij terugkeer opnieuw te worden gepest en onvoldoende bescherming te krijgen van de autoriteiten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij geen bescherming kan verwachten van de Gambiaanse autoriteiten. Ook zijn medische en psychische klachten zijn niet onderbouwd met medische stukken.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden op 28 juni 2023 te Groningen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als ongegrond.