ECLI:NL:RBDHA:2023:18722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas biseksualiteit afgewezen
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vervolging wegens zijn biseksuele geaardheid en afvalligheid van de islam. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de seksuele gerichtheid en de persoonlijke beleving daarvan.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan en eiser de gelegenheid had gegeven om zijn verhaal toe te lichten en aan te vullen, waardoor de samenwerkingsplicht niet was geschonden. De rechtbank vond dat verweerder terecht een duidelijker en specifieker relaas mocht verlangen, gezien de universitaire achtergrond van eiser en het feit dat biseksualiteit in Iran niet wordt getolereerd.
Verder concludeerde de rechtbank dat de verklaringen van eiser over zijn biseksualiteit tegenstrijdig en oppervlakkig waren, met onvoldoende inzicht in zijn persoonlijke beleving en de gevolgen daarvan in zijn land van herkomst. De rechtbank zag geen reden om het oordeel van verweerder over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas te wijzigen.
De rechtbank zag geen noodzaak om het element afvalligheid te beoordelen, omdat eiser hierover geen beroepsgronden had aangevoerd. Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.