ECLI:NL:RBDHA:2023:18756
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een derdelander van Nigeriaanse nationaliteit, had beroep ingesteld tegen het besluit van 31 augustus 2023 waarbij haar recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 werd beëindigd per 4 september 2023.
Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de beëindiging van de tijdelijke bescherming te schorsen. De rechtbank behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 21 november 2023 samen met het beroep.
De gemachtigde van verweerder was aanwezig, verzoekster en haar gemachtigde waren afwezig. De rechtbank heeft op 4 december 2023 uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.