ECLI:NL:RBDHA:2023:18798

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
NL23.35380
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit staatssecretaris

Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de uitzetting zou schorsen totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Echter, het onderliggende beroep is bij uitspraak van 30 november 2023 ongegrond verklaard, waardoor geen aanleiding bestaat voor een voorlopige voorziening.

Daarom werd het verzoek om de voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter A.W.C.M. van Emmerik en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35380

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. de Vries)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. D.L. Boer).

Procesverloop

Bij beroepschrift van 9 november 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van de staatssecretaris van diezelfde datum. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.35379.
Bij verzoekschrift van 9 november 2023 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Bij uitspraak van 30 november 2023 is het connexe beroep ongegrond verklaard.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Aangezien het beroep met zaaknummer NL23.35379 bij uitspraak van 30 november 2023 ongegrond is verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.