ECLI:NL:RBDHA:2023:18824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd voor beroep tegen legger en wijst beroep tegen onderhoudslegger af
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Delfland tot vaststelling van de legger Delfland, waarin onder meer de waterkering langs de Rodenrijsevaart is gewijzigd. De rechtbank heeft onderzocht of zij bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen de legger en de onderhoudslegger.
De rechtbank oordeelt dat zij slechts bevoegd is bij beroep tegen vaststelling of wijziging van de ligging van een waterbergingsgebied of beschermingszone in de legger. In deze zaak is ter plaatse van het perceel van eiser geen waterbergingsgebied of beschermingszone vastgesteld of gewijzigd, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaart voor het beroep tegen de legger.
Ten aanzien van het beroep tegen de onderhoudslegger stelt de rechtbank vast dat eiser niet strijdig is met de aanwijzing van onderhoudsplichtigen, aangezien Delfland reeds onderhoudsplichtig is voor de Rodenrijsevaart en het bestreden besluit hierin geen wijziging brengt. Het verzoek van eiser om een onderhoudsplicht voor de afvoer van bovendijks hemelwater op zijn perceel op te nemen, betreft geen onderhoud aan een waterstaatswerk en wordt daarom afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de legger onbevoegd en het beroep tegen de onderhoudslegger ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffiekosten of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen de legger en wijst het beroep tegen de onderhoudslegger af.