Eiseres diende op 11 april 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, die door de staatssecretaris met drie maanden was verlengd, stelde eiseres de staatssecretaris meerdere malen in gebreke wegens het uitblijven van een besluit.
Op 6 oktober 2023 stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris niet tijdig had beslist en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Omdat sindsdien meer dan twee weken waren verstreken, verklaarde de rechtbank het beroep gegrond.
De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50, en het betaalde griffierecht van € 184,-.