ECLI:NL:RBDHA:2023:18836
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na beroep
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 22 september 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd en moest verzoeker Nederland onmiddellijk verlaten.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 oktober 2023, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De staatssecretaris was wel vertegenwoordigd.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaaknummer NL23.30885) inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.