ECLI:NL:RBDHA:2023:18836

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
NL23.30886
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b lid 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na beroep

Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 22 september 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd en moest verzoeker Nederland onmiddellijk verlaten.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 oktober 2023, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De staatssecretaris was wel vertegenwoordigd.

De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaaknummer NL23.30885) inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30886

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker,

gesteld Marokkaans en te zijn geboren op [geboortedatum 1]
Aliassen:
[naam 2]
geboren op 2 [geboortedatum 2]
van Marokkaanse nationaliteit
El [naam 3]
geboren op 19 februari 2000,
van Marokkaanse nationaliteit
(gemachtigde: mr. A.M. Veld),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

Inleiding

De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 22 september 2023 de aanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c Vw 2000. Daarbij is ook bepaald dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en evenmin voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000. Daarnaast is aan verzoeker medegedeeld dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten evenals dat een inreisverbod voor de duur van twee jaar wordt opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.30885, op 17 oktober 2023 op zitting behandeld. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving vooraf niet ter zitting verschenen.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.30885, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.