ECLI:NL:RBDHA:2023:18892
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van haar aanvraag. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 2 november 2023. Omdat de rechtbank op die datum uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.29944), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist en Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.