Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster 1] V-nummer: [nummer], verzoekster sub 1,
[verzoekster 2], verzoekster sub 2,
Rechtbank Den Haag
Verzoeksters hebben asielaanvragen ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling zijn genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij België verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling.
Tegen deze besluiten hebben verzoeksters beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken op 2 november 2023 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummers NL23.30020 en NL23.30022) is geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag te Groningen op 5 december 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslecht.