Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verleende omgevingsvergunning voor het kappen van twee Canadese populieren aan de Van Stolberglaan. De bomen zijn beoordeeld als risicobomen vanwege mogelijke tak- en stambreuk, maar verzoeker betwist het verwijderingsbelang en overlegt een contra-expertise.
De voorzieningenrechter beoordeelt de spoedeisendheid en het redelijke kans van slagen van het bezwaar. Uit de Richtlijn takbreuk populier blijkt dat de bomen alleen bij ernstige kroonvervorming als risicoboom gelden, maar de BVC-rapportages maken niet duidelijk of dit het geval is. Het college heeft onvoldoende onderbouwd waarom minder ingrijpende maatregelen niet volstaan.
Gezien de onvoldoende motivatie van het verwijderingsbelang en de contra-expertise van verzoeker bestaat twijfel over de rechtmatigheid van de vergunning. Daarom weegt het belang van verzoeker bij schorsing zwaarder dan dat van het college. De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.