ECLI:NL:RBDHA:2023:18911
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet-tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 16 mei 2022 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 16 november 2022 eindigen, maar is met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden tot 16 augustus 2023. Eiser stelde de staatssecretaris op 17 augustus 2023 in gebreke, waarna het beroep op 19 september 2023 werd ingesteld, binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank constateert dat vanwege achterstanden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst sprake is van bijzondere omstandigheden die verlenging van de beslistermijn rechtvaardigen. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op de asielaanvraag.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 418,50, vanwege de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier Ż.A. Meinert en is zonder zitting gewezen op 30 november 2023. Eiser kan binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift indienen indien hij het niet eens is met de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en proceskostenveroordeling.