ECLI:NL:RBDHA:2023:18934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid strafrechtelijke veroordeling in Tunesië
Eiser, van Tunesische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland omdat hij vreest in Tunesië gevangen te worden wegens een vermeende strafrechtelijke veroordeling voor drugshandel. Hij baseert zijn verhaal op informatie van een vriend uit 1994 en eigen verklaringen over zijn werkzaamheden voor een luitenant tijdens militaire dienst. De staatssecretaris oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk is veroordeeld en wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat hij strafrechtelijk is veroordeeld en dat hij om die reden niet kan terugkeren. Eiser heeft slechts van horen zeggen vernomen dat hij veroordeeld zou zijn en heeft geen onderzoek gedaan naar deze veroordeling, wat de geloofwaardigheid schaadt. Ook zijn verklaringen over zijn werkzaamheden en de detentie van zijn vrienden zijn volgens de staatssecretaris onlogisch en tegenstrijdig.
De rechtbank vindt dat de staatssecretaris deze motieven voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. De aanvraag blijft afgewezen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier E. Mulder op 18 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.