ECLI:NL:RBDHA:2023:18935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verlenging verblijfsvergunning
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van haar verblijfsvergunning, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Tegen deze afwijzing werd beroep ingesteld. De rechtbank constateert dat het beroep formeel is gericht tegen het besluit van 17 april 2023, terwijl de ingediende gronden betrekking hebben op een ander besluit van 3 april 2023, tegen welk besluit geen beroep is ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke verschrijving in het beroepschrift en dat de gronden tegen het besluit van 3 april 2023 niet tijdig zijn ingediend. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro en kan het niet inhoudelijk worden behandeld.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, waardoor eiseres geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe en uitgesproken op 21 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard.