ECLI:NL:RBDHA:2023:18951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bedreiging door Al Shabaab in Mogadishu
Eiser, van Somalische nationaliteit en lid van de etnische groep Hawiye, verzocht om asiel wegens bedreiging door Al Shabaab nadat hij getuige was van de moord op zijn neef. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van de verklaringen en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer naar Mogadishu.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was omdat de staatssecretaris alsnog tijdig besliste. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag werd ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de consistentie van de verklaringen van eiser, met name over telefonische bedreigingen en de mate waarin Al Shabaab op de hoogte zou zijn van zijn getuige zijn.
Verder concludeerde de rechtbank dat de psychische klachten en jonge leeftijd van eiser voldoende in acht waren genomen tijdens het nader gehoor. Het nieuwe asielmotief van rekrutering door Al Shabaab werd niet toegelaten wegens te late indiening. De rechtbank stelde vast dat Mogadishu als veilig binnenlands vestigingsalternatief geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.Y.B. Jansen en griffier F. Aissa.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.