ECLI:NL:RBDHA:2023:18966
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel van vertrek vreemdeling
Verzoekster, van Armeense nationaliteit, had bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit primaire besluit van 24 juni 2021 werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
Het bezwaar werd bij besluit van 6 september 2021 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoekster digitaal beroep in bij de rechtbank (zaaknummer NL21.15473). De rechtbank heeft op het beroep in de bodemzaak uitspraak gedaan en het beroep ongegrond verklaard.
Gezien de afwijzing in de bodemzaak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor uitstel van vertrek wordt afgewezen.