ECLI:NL:RBDHA:2023:18970
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Eiseres, een minderjarige van Armeense nationaliteit, diende op 2 maart 2021 een aanvraag in voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gericht op uitstel van vertrek. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat eiseres in staat is te reizen en dat het uitblijven van medische behandeling geen acute medische noodsituatie op korte termijn oplevert.
Eiseres stelde bezwaar in tegen dit besluit, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en oordeelde dat ondanks de late indiening van de beroepsgronden, het beroep ontvankelijk bleef vanwege een procedurefout van de rechtbank zelf.
De inhoudelijke toetsing richtte zich op de vraag of de staatssecretaris zich voldoende had gebaseerd op een zorgvuldig en inzichtelijk BMA-advies. De rechtbank volgde de staatssecretaris en stelde vast dat eiseres geen contra-expertise had overgelegd en geen concrete aanwijzingen had gegeven die twijfel aan het BMA-advies rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag om uitstel van vertrek terecht is afgewezen. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.Y.B. Jansen en griffier F. Aissa op 15 mei 2023 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.