ECLI:NL:RBDHA:2023:18972
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 19 januari 2023 ingediend en de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is verstreken zonder besluit. Na ingebrekestelling op 26 juli 2023 en het verstrijken van de wettelijke termijn, is het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit en draagt de staatssecretaris op binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt een bestuurlijke dwangsom van €1.442 vastgesteld wegens de overschrijding van meer dan 42 dagen na de dag als bedoeld in artikel 4:17 Awb Pro. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 aan eiseres. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twintig weken op voor besluitvorming en legt dwangsommen en proceskosten op aan de staatssecretaris.