ECLI:NL:RBDHA:2023:18978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense ontheemde ongegrond verklaard
Eiser, afkomstig uit Oekraïne en sinds augustus 2022 tijdelijk beschermd in Nederland, betwistte het besluit van de staatssecretaris om zijn tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, waarbij de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waartoe eiser behoort, wordt beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming te beëindigen en dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel hieraan niet in de weg staan. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn huwelijk met een Oekraïense vrouw die eveneens tijdelijke bescherming geniet, alsnog in aanmerking zou moeten komen, maar dit werd afgewezen omdat het huwelijk na de inval in Oekraïne is gesloten en geen sprake is van een gezinssituatie zoals bedoeld in de Richtlijn.
De rechtbank volgt de eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin deze bevoegdheid werd bevestigd en ziet geen reden om hiervan af te wijken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.