ECLI:NL:RBDHA:2023:18981
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense asielzoeker ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser, een asielzoeker uit Oekraïne, tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen. Eiser had in Nederland asiel aangevraagd na de inval van Rusland in Oekraïne en kwam aanvankelijk in aanmerking voor tijdelijke bescherming op grond van de Europese Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De staatssecretaris had eerder de beëindiging van de tijdelijke bescherming aangekondigd en dit besluit genomen omdat eiser tot de facultatieve groep behoort die niet langer onder de doelgroep van de Richtlijn valt. Eiser voerde aan dat de staatssecretaris niet zelfstandig bevoegd zou zijn om de bescherming te beëindigen en dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel zich tegen het besluit verzetten.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin werd geoordeeld dat de staatssecretaris wel bevoegd is om de tijdelijke bescherming te beëindigen voor de facultatieve groep. De argumenten van eiser werden in die uitspraak reeds betrokken en leidden niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.