ECLI:NL:RBDHA:2023:19001

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
6 december 2023
Zaaknummer
NL22.25455
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J. Boerlage - van den Bosch
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 VwArt. 30b lid 1 aanhef en onder g VwBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak met vernietiging bestreden besluit in bodemprocedure

Verzoekster, van Eritrese nationaliteit, heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 lid 1 juncto Pro artikel 30b lid 1 aanhef en onder g van de Vreemdelingenwet.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat in de bodemprocedure (zaaknummer NL22.25454) het beroep gegrond is verklaard en het bestreden besluit is vernietigd.

De voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de door verzoekster gemaakte proceskosten van € 2.092,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de verleende rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

De zittingen vonden plaats op 24 januari 2023 en 21 februari 2023 te Groningen, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk, en de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl op 20 april 2023.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, terwijl het bestreden besluit in de bodemprocedure is vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.25455

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum] ,
van Eritrese nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
Mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam]

geboren op [geboortedatum] ,
van Eritrese nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
van Eritrese nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
van Eritrese nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2022 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond bedoeld in artikel 31, eerste lid, Vw juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, Vw.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met zaaknummer NL22.25454, plaatsgevonden op 24 januari 2023. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens was een tolk aanwezig. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Het onderzoek ter zitting van 24 januari 2023 is aangehouden.
Het onderzoek ter zitting is vervolgens, tezamen met zaaknummer NL22.25454, op 21 februari 2023 hervat. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.25454, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.092,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting, 0,5 punt voor het verschijnen op een nadere zitting, met een waarde per punt van € 837,-, en een wegingsfactor 1). Als aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet de staatssecretaris de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandsverlener.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-wijst het verzoek af;
-veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.092,50,-
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage - van den Bosch, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.F. Aissa, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.