ECLI:NL:RBDHA:2023:19013
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf ongegrond verklaard
Opposante heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank heeft bij uitspraak van 15 september 2023 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen 20 weken alsnog te beslissen.
Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet ingesteld, zonder verzoek om zitting. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of het verzet gegrond is, dat wil zeggen of er redelijke twijfel bestaat over de uitkomst van de eerdere beslissing die zonder zitting is genomen.
De rechtbank constateert dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden heeft beslist en ook niet binnen twee weken na ingebrekestelling. De gronden van verzet bevatten geen nieuwe feiten of omstandigheden die twijfel over de uitkomst kunnen doen ontstaan. Ook de argumenten over de termijnberekening leiden niet tot twijfel.
De rechtbank benadrukt dat verzet niet bedoeld is om de beslistermijn met terugwerkende kracht te wijzigen, wat in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en handhaaft de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over niet tijdig beslissen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.