ECLI:NL:RBDHA:2023:19016
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens ontbreken procesbelang bij meervoudig beroep
Verzoeker diende op 24 juli 2023 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf – nareis asiel van 18 juli 2022, ten behoeve van zijn vrouw en kinderen. De staatssecretaris had de aanvraag bij besluit van 7 september 2023 ingewilligd, waarna verzoeker het beroep op 14 september 2023 introk en een vergoeding van proceskosten vroeg.
De rechtbank stelde vast dat namens de vrouw van verzoeker op 21 februari 2023 al een beroep was ingesteld bij de rechtbank Rotterdam tegen hetzelfde niet tijdig beslissen, met zaaknummer NL23.5396, waarop op 17 augustus 2023 uitspraak was gedaan. Het beroep van verzoeker was dus na dit eerdere beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen procesbelang had bij zijn beroep omdat er al een lopend beroep was met hetzelfde doel. Er was geen sprake van nieuwe feiten, omstandigheden of relevante wetswijzigingen. Daarom zou het beroep kennelijk niet-ontvankelijk zijn geweest. Gelet hierop was er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af en deed de uitspraak zonder zitting op 6 december 2023.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens ontbreken van procesbelang en kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep.