Eiser, afkomstig uit Eritrea en geboren in 2006, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser betoogt dat de leeftijdsbeoordeling onvoldoende is onderbouwd en verwijst naar zijn doopakte als bewijs van minderjarigheid. Verweerder baseert de leeftijdsbeoordeling op een schouw volgens het beleid van de Vreemdelingencirculaire 2000 en instructies uit WI 2018/19, waarbij zowel de Nederlandse als Belgische autoriteiten hebben geconcludeerd dat eiser meerderjarig is.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd en dat er geen reden bestaat om aan te nemen dat eiser minderjarig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.