ECLI:NL:RBDHA:2023:19023
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De staatssecretaris heeft de asielaanvraag later ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vroeg.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet ontvankelijk was omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. De beslistermijn was rechtsgeldig verlengd op grond van het WBV 2022/22, een verlenging die eerder door de rechtbank bevestigd was.
Omdat er geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker, is er geen grond voor proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de ingebrekestelling prematuur was en de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd.