ECLI:NL:RBDHA:2023:19032
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning
Verzoeker, van Mauritaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag bij besluit van 7 februari 2023 niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 10 maart 2023 samen met een gerelateerde zaak (NL23.4688) tijdens een zitting te Groningen, waarbij zowel verzoeker, zijn gemachtigde, de gemachtigde van de staatssecretaris en een tolk aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.4688) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek daarom af. Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 1.674,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door mr. J. Boerlage - van den Bosch, voorzieningenrechter, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker.