ECLI:NL:RBDHA:2023:19040
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens schijnrelatie niet onrechtmatig
Eiseres, een Russische nationaliteit houdende vrouw, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van een afgeleid EU-verblijfsrecht via haar partner met de Griekse nationaliteit. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege indicaties van een schijnrelatie, mede gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen tijdens een hoorzitting.
Eiseres voerde in beroep aan dat de afwijzing onterecht was, onder meer vanwege een foutieve straatnaam in het besluit, het niet toekennen van waarde aan een getuigenverklaring en een schending van de hoorplicht. De rechtbank oordeelde dat de straatnaamfout geen vernietigingsgrond vormde, de getuigenverklaring geen relevant inzicht bood in de relatie en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat er in de aanvraagfase uitgebreid was gehoord.
De rechtbank stelde vast dat op essentiële punten de verklaringen van eiseres en haar partner verschilden, wat de conclusie van een schijnrelatie rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard omdat de bodemzaak was beslist.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard.