ECLI:NL:RBDHA:2023:19041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overplaatsing naar ander asielzoekerscentrum; beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar
Eiseres verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om overplaatsing naar het AZC Amsterdam, waar haar andere zoon verblijft. Dit verzoek werd door het COa afgewezen vanwege een stop op overplaatsingen wegens drukte en efficiënt gebruik van bedden.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat er geen rechtsgevolgen aan verbonden zijn en eiseres recht blijft houden op opvang. Daarnaast is er geen sprake van een feitelijke handeling die gelijkgesteld kan worden aan een beschikking waarbij rechtstreeks beroep openstaat, omdat de opvang niet is beëindigd.
Hoewel eiseres stelde dat de weigering in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat sprake zou zijn van niet-tijdig beslissen, verwierp de rechtbank deze argumenten. De rechtbank stelde vast dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres niet eerst bezwaar heeft gemaakt, wat volgens artikel 7:1 Awb Pro verplicht is. Het beroepschrift wordt daarom overgedragen aan het COa voor behandeling als bezwaarschrift.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet eerst bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek tot overplaatsing.