ECLI:NL:RBDHA:2023:19050
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, van Pakistaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag bij besluit van 5 oktober 2023 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 22 november 2023 werd het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren verhinderd en verschenen niet, terwijl de staatssecretaris zich liet vertegenwoordigen. De voorzieningenrechter overwoog dat nu de rechtbank op het beroep uitspraak had gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.G. Nicholson en griffier E. Mulder op 28 november 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep tegen het bestreden besluit reeds uitspraak is gedaan.