ECLI:NL:RBDHA:2023:19071
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging opvang statushouder door COA
Eiser, een statushouder sinds augustus 2022, had recht op opvang via de gemeente en geen recht meer op opvang van het COA. Het COA stemde tijdelijk in met extra opvang onder de voorwaarde dat eiser zich wekelijks meldde om instemming te verkrijgen. Op 20 december 2022 werd de opvang beëindigd omdat eiser niet tijdig instemming had gevraagd en verkregen.
Eiser betwistte de beëindiging en stelde dat hij aan zijn meldplicht had voldaan of een geldige reden had om dit niet te doen, zoals werkverplichtingen. Ook stelde hij onvoldoende te zijn geïnformeerd over de gevolgen van niet-melden en dat het beëindigen van de opvang leidde tot bijzondere individuele omstandigheden, waaronder verlies van werk en vertraging gezinshereniging.
De rechtbank oordeelde dat eiser na 29 november 2022 geen tijdige instemming meer had gevraagd, dat hij geen overmacht aannemelijk had gemaakt, en dat de mondelinge waarschuwing van het COA op 13 december 2022 rechtsgeldig was. De gevolgen van het niet-melden en de persoonlijke omstandigheden van eiser vormden geen grond voor voortzetting van de opvang. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de statushouder tegen de beëindiging van zijn opvang door het COA wordt ongegrond verklaard.