ECLI:NL:RBDHA:2023:19082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier humanitair tijdelijk wegens ontbreken rechtsmacht vervolging
Eiser heeft van juni 2016 tot oktober 2019 onder dwang en bedreiging op een boerderij in Italië gewerkt zonder betaling. Hij deed in februari 2020 in Nederland aangifte van mensenhandel. Deze aangifte werd door de staatssecretaris aangemerkt als aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier humanitair tijdelijk, maar afgewezen omdat het Openbaar Ministerie besloot geen vervolging in te stellen wegens gebrek aan Nederlandse rechtsmacht.
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. Eiser stelde dat de Nederlandse autoriteiten zijn aangifte onvoldoende onderzochten en dat het onevenredig is hem geen vergunning te verlenen gezien zijn situatie. Ook voerde hij aan dat terugkeer naar Italië of Duitsland niet van hem verwacht kan worden.
De rechtbank oordeelt dat eiser zich tot het OM moet wenden indien hij het niet eens is met het niet vervolgen. De staatssecretaris heeft terecht geen afwijking van het Vreemdelingenbesluit 2000 toegepast. Eiser heeft geen voldoende argumenten aangevoerd dat hij aan de voorwaarden voor de vergunning voldoet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier humanitair tijdelijk wordt ongegrond verklaard.