ECLI:NL:RBDHA:2023:19094

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 september 2023
Publicatiedatum
7 december 2023
Zaaknummer
NL23.17862
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
EVRMVluchtelingenverdragEuropees recht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit omdat Duitsland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangemerkt op grond van het Dublin-verdrag.

De rechtbank heeft het beroep op 13 september 2023 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard omdat eiser niet heeft bestreden dat Duitsland verantwoordelijk is en niet aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.

Eiser stelde dat hij niet is toegelaten tot de Duitse asielprocedure, maar deze stelling is niet onderbouwd. Duitsland heeft toegezegd de asielaanvraag te behandelen conform internationale verplichtingen zoals het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Eiser wordt verwezen naar de Duitse autoriteiten bij eventuele problemen.

De rechtbank besloot dat het beroep ongegrond is en dat verweerder geen proceskosten hoeft te betalen. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.17862
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L. Sinoo),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: R. Hopman).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 13 september 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft niet bestreden dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
2. Uitgangspunt is dat verweerder ten aanzien van Duitsland uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat verweerder daar in zijn geval niet van uit mag gaan. Eiser is daar niet in geslaagd.
3. In zijn enige beroepsgrond voert eiser aan dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte geen aandacht besteedt aan eisers stelling dat hij, ondanks pogingen daartoe, niet is toegelaten tot de Duitse asielprocedure. Deze grond mist feitelijke grondslag. In het bestreden besluit (pagina 3) is immers overwogen dat eiser deze stelling niet heeft onderbouwd. Verder heeft verweerder er terecht op gewezen dat Duitsland met de aanvaarding van het claimverzoek uitdrukkelijk heeft toegezegd de behandeling van eisers asielaanvraag op zich te nemen. Duitsland is gebonden aan het EVRM1, het Vluchtelingenverdrag2 en alle relevante Europese richtlijnen, op grond waarvan moet worden aangenomen dat Duitsland eisers asielaanvraag met inachtneming van deze internationale regels zal behandelen. Bovendien dient eiser, indien hij op dit vlak desondanks problemen verwacht, daarover te klagen bij de Duitse autoriteiten. Niet is gebleken dat dit voor eiser onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 september 2023 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).