Eiseres diende op 31 januari 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarop eiseres de staatssecretaris op 7 augustus 2023 in gebreke stelde en vervolgens op 9 oktober 2023 beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden door de staatssecretaris, is verstreken. Eiseres heeft de ingebrekestelling rechtsgeldig gedaan en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie over bijzondere gevallen bij overschrijding van beslistermijnen bij gezinshereniging.
De staatssecretaris heeft aangegeven dat het dossier mogelijk nog niet compleet is en verzoekt om een nadere beslistermijn van acht weken. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 7.500,-. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50.