ECLI:NL:RBDHA:2023:1914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in jeugdzorg ondanks niet-ontvankelijkheid bezwaar
Eiser diende een aanvraag in voor een financiële tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke regeling voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg, waarbij hij slachtoffer was van ernstig fysiek, psychisch en seksueel geweld en dwangarbeid in meerdere instellingen tussen 1973 en 1988. Verweerder kende een bedrag van €5000 toe, het maximumbedrag volgens de regeling.
Eiser maakte bezwaar tegen de hoogte van het bedrag, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Eiser stelde dat hij de beschikking niet had ontvangen en dat de rechtsmiddelenclausule ontbrak. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat verweerder het besluit pas later per e-mail had toegezonden en de rechtsmiddelenclausule ontbrak.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, maar liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand, omdat het maximumbedrag van €5000 niet kan worden overschreden. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte informatie over rechtsmiddelen en termijnen en bevestigt dat ondanks procedurele fouten het materiële recht op het maximumbedrag niet wordt aangetast.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.