ECLI:NL:RBDHA:2023:19144
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op forfaitaire compensatie kinderopvangtoeslag hersteloperatie
Eiseres heeft kinderopvangtoeslag ontvangen over de jaren 2010 tot en met 2012, waarbij zij na definitieve vaststelling van de toeslagen een bedrag moest terugbetalen omdat de definitieve toeslagen lager waren dan de voorschotten. Zij verzocht om compensatie op grond van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, maar haar verzoek tot forfaitaire compensatie werd door verweerder afgewezen na een lichte toets.
Eiseres voerde in haar beroep aan dat er ernstige onregelmatigheden waren met betrekking tot het uurtarief van de kinderopvang en dat verweerder vooringenomen was door het uitblijven van correctie en de late integrale beoordeling. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de herzieningen en lagere definitieve vaststellingen gebaseerd waren op door eiseres verstrekte gegevens, zonder aanwijzingen voor onjuistheden.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor institutionele vooringenomenheid of hardheid bij verweerder en verwierp het beroep. Een definitief oordeel over compensatie kan pas in de procedure tegen het integrale beoordelingsbesluit worden verkregen. Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de forfaitaire compensatie wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.