Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Roemeense vreemdeling, betwist de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring die op 22 oktober 2023 tegen hem is opgelegd. Hij voert onder meer aan dat de beschikking tot ongewenstverklaring van 30 september 2021 niet aan hem is uitgereikt, dat voorafgaand aan de bewaring geen toestemming van het Openbaar Ministerie is gevraagd, en dat hij niet schriftelijk in een voor hem begrijpelijke taal is geïnformeerd over de redenen van de bewaring.
De rechtbank stelt vast dat de ongewenstverklaring rechtmatig is zolang deze niet is vernietigd of ingetrokken. De eisers bezwaar tegen het ontbreken van toestemming van het OM voor de inbewaringstelling wordt verworpen, omdat het OM geen bezwaar heeft gemaakt tegen de uitzetting. Hoewel verweerder niet schriftelijk en in begrijpelijke taal heeft geïnformeerd over de bewaring, is dit gebrek relatief gering omdat de gronden mondeling met tolk zijn toegelicht en eiser de uitleg begreep.
De rechtbank oordeelt dat de belangen die met de bewaring worden gediend zwaarder wegen dan het formele gebrek, mede vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt. De overige betwiste gronden voor bewaring zijn voldoende gemotiveerd en dragen de maatregel. Voorts is verweerder voldoende voortvarend geweest in de uitzettingsprocedure.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser ter hoogte van €1.674,- vanwege het formele gebrek bij de uitreiking van de maatregel.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.