ECLI:NL:RBDHA:2023:19264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-toekenning budget verhuizing niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gouda om een budget voor verhuizing en (her)inrichting op declaratiebasis niet toe te kennen. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De rechtbank heeft partijen schriftelijk gehoord en geen zitting gehouden.
De kern van het geschil was de ontvangst- en verzenddatum van het primaire besluit en de daaropvolgende termijn voor het indienen van het bezwaar. Het college stelde dat het besluit uiterlijk op 24 september 2021 was verzonden, waardoor de bezwaartermijn op 5 november 2021 eindigde. Het bezwaar werd echter pas op 10 november 2021 ontvangen, te laat volgens het college.
Eiseres stelde dat het besluit pas op 27 september 2021 was verzonden, waardoor de termijn tot 10 november 2021 liep en het bezwaar op tijd was ingediend. De rechtbank oordeelde dat ook bij aanname van deze datum de termijn op 8 november 2021 eindigde. Het bezwaar was dus te laat ingediend en er was geen sprake van verontschuldigbare termijnoverschrijding.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar terecht niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het beroep werd ongegrond verklaard.