ECLI:NL:RBDHA:2023:19317

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2023
Publicatiedatum
11 december 2023
Zaaknummer
NL23.4118
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep mvv-aanvraag wegens niet tijdig beslissen

Verzoeker heeft op 6 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn mvv-aanvraag van 14 juli 2022. Vervolgens heeft de staatssecretaris het mvv-verzoek op 13 februari 2023 ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten en griffierecht vorderde.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen en dat hij de proceskostenvergoeding heeft toegezegd. Op grond van artikel 8:75a Awb kan bij intrekking van het beroep vanwege tegemoetkoming het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten tot een bedrag van €418,50, gebaseerd op de helft van het tarief voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van €184,- te vergoeden aan verzoeker. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 december 2023.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 proceskosten en wijst op vergoeding van het griffierecht van €184,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.4118

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J-A. Nijland),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verzoeker heeft op 6 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn mvv-aanvraag van 14 juli 2022.
Bij besluit van 13 februari 2023 heeft verweerder de mvv-aanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop gereageerd. Verweerder is bereid de proceskosten voor het indienen van het beroep niet tijdig beslissen in onderhavige procedure te vergoeden tot een bedrag van € 418,50.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
2. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bericht van 20 februari 2023 heeft toegezegd de proceskostenvergoeding aan verzoeker te zullen betalen. De rechtbank zal daarom verweerder veroordelen in de proceskosten tot een bedrag van € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5).
5. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in:
- de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50 en
- het griffierecht van € 184,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.