Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2] ,V-nummer: [V-nummer] , en
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag de beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen door de Nederlandse staatssecretaris. De staatssecretaris baseert het niet in behandeling nemen op de Dublinverordening, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen. Polen heeft het verzoek tot overname aanvaard.
Eisers stelden dat de besluitvorming onzorgvuldig was en dat de Poolse autoriteiten hen niet kunnen beschermen tegen bedreigingen vanuit de Tsjetsjeense gemeenschap. Zij verwezen naar rapporten en buitenlandse jurisprudentie die zouden wijzen op tekortkomingen in het Poolse asiel- en opvangsysteem. De rechtbank oordeelde dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat eisers in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren. De uiteindelijke besluiten zijn voldoende gemotiveerd.
De rechtbank stelde vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in Polen geen bescherming genieten. De overgelegde brief en andere stukken boden geen toereikend bewijs van daadwerkelijke bedreigingen of onveiligheid. Ook was er geen bewijs dat de Poolse autoriteiten geen bescherming kunnen bieden. De rechtbank concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en dat de bestreden besluiten in stand blijven.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.