ECLI:NL:RBDHA:2023:19324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens niet verschijnen op gehoor
Eiser, een Oezbeekse asielzoeker, diende op 1 februari 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees deze aanvraag bij besluit van 27 oktober 2023 af als kennelijk ongegrond omdat eiser niet was verschenen op een gepland nader gehoor op 23 oktober 2023.
Eiser voerde aan dat hij niet met onbekende bestemming was vertrokken en dat hij gehoorproblemen heeft, waardoor hij opnieuw had moeten worden uitgenodigd. De rechtbank stelde vast dat eiser tijdig was uitgenodigd en dat hij zonder geldige reden niet was verschenen. Het enkele feit van gehoorproblemen zonder nadere uitleg was onvoldoende om het niet verschijnen te rechtvaardigen.
Verder kon eiser niet onderbouwen waarom terugkeer naar Oezbekistan in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro. Eiser gaf aan vanwege medische hulp en armoede te zijn vertrokken, maar er was geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens niet verschijnen op het nader gehoor.