ECLI:NL:RBDHA:2023:1934

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
21 februari 2023
Zaaknummer
AWB 22/375
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit met proceskostenveroordeling

Verzoeker, een persoon van Sierra Leoonse nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een uitzettingsbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tevens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om uitzetting uit te stellen totdat op het bezwaar was beslist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer mogelijk was omdat de rechtbank inmiddels op het beroep had beslist. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker voor het verzoek om voorlopige voorziening, vastgesteld op € 837,-- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Afdeling bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/375

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 februari 2023 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,geboren op [geboortedatum] ,

van Sierra Leoonse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij beroepschrift van 31 mei 2022 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van verweerder van 20 mei 2022. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 22/3390.
Bij verzoekschrift van 21 januari 2022 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist. Het verzoek heeft thans betrekking op de beroepsfase.
Bij uitspraak van heden is het connexe beroep gegrond verklaard.

Overwegingen

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van heden, zaaknummer AWB 22/3390, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.
2. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten voor het verzoek om een voorlopige voorziening. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,-- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,-- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 837,--.
Deze uitspraak is op 21 februari 2023 gedaan door mr. H. van der Werff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier de voorzieningenrechter is buiten staat te tekenen
Afschrift aan partijen verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.