Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
hierna te noemen: de stiefvader.
1.Het verloop van de procedure
- de moeder met haar advocaat;
- de stiefvader;
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. Dit vanwege ernstige zorgen over zijn emotionele en gedragsproblemen, middelengebruik, en het bezit van wapens. De minderjarige verblijft momenteel in crisisopvang en kan niet thuis wonen volgens ouders en stiefvader.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de moeder, haar advocaat, de stiefvader en vertegenwoordigers van de Raad en gecertificeerde instelling aanwezig waren, werd bevestigd dat vrijwillige hulpverlening niet toereikend is. De moeder stemde in met het verzoek en benadrukte het belang van hulpverlening om gedragsverandering te bewerkstelligen.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan. Gezien de complexe problematiek en het ontbreken van een ondersteunend netwerk, is de termijn van een jaar passend voor ondertoezichtstelling. De machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding, met een termijn van zes maanden passend om terugplaatsing te kunnen onderzoeken en voorbereiden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor een jaar en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden.