ECLI:NL:RBDHA:2023:19372
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege het claimakkoord van Oostenrijk en de vermeende tekortkomingen in de behandeling van zijn asielverzoek en opvang in Oostenrijk.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De enkele verklaring over detentie en gebrek aan rechtsbijstand is onvoldoende onderbouwd. Ook het feit dat Oostenrijk nog niet had gereageerd op zijn aanvraag na twee dagen is onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Verder heeft eiser geen bijzondere omstandigheden aangetoond die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.