ECLI:NL:RBDHA:2023:19391
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, is op 17 juli 2023 de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen het voortduren van deze maatregel heeft eiser beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 26 juli 2023 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de rechtmatigheid van de maatregel vanaf dat moment.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde na de bevestiging van zijn nationaliteit op 17 augustus 2023, onder meer door het ontbreken van een gesprek over zijn medewerking en de vermeende te lange periode tot uitzetting. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris binnen enkele dagen na bevestiging een vluchtaanvraag had ingediend en dat de geplande uitzetting op 13 september 2023 voldoende voortvarend is, gelet op noodzakelijke procedures zoals het verkrijgen van een reisdocument en escortgoedkeuring.
Daarnaast heeft eiser tijdens een gesprek op 21 augustus 2023 verklaard niet vrijwillig te willen vertrekken, waardoor de rechtbank niet aannemelijk acht dat hij berust in zijn vertrek. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.