ECLI:NL:RBDHA:2023:19391

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 september 2023
Publicatiedatum
11 december 2023
Zaaknummer
NL23.24433
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak

Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, is op 17 juli 2023 de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen het voortduren van deze maatregel heeft eiser beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan.

De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 26 juli 2023 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de rechtmatigheid van de maatregel vanaf dat moment.

Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde na de bevestiging van zijn nationaliteit op 17 augustus 2023, onder meer door het ontbreken van een gesprek over zijn medewerking en de vermeende te lange periode tot uitzetting. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris binnen enkele dagen na bevestiging een vluchtaanvraag had ingediend en dat de geplande uitzetting op 13 september 2023 voldoende voortvarend is, gelet op noodzakelijke procedures zoals het verkrijgen van een reisdocument en escortgoedkeuring.

Daarnaast heeft eiser tijdens een gesprek op 21 augustus 2023 verklaard niet vrijwillig te willen vertrekken, waardoor de rechtbank niet aannemelijk acht dat hij berust in zijn vertrek. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.24433

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Verweerder heeft op 17 juli 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw1 opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft daarop gereageerd.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 1 september 2023.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Gambiaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 juli 20232 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 26 juli 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Eisers nationaliteit is op 17 augustus 2023 bevestigd door de Gambiaanse autoriteiten en verweerder kon toen een vlucht aanvragen. Ook meent eiser dat met hem een gesprek gevoerd moest worden om te vernemen hoe hij aankijkt tegen zijn verwijdering, mogelijk zou hij meewerken en zijn escorts niet vereist, waardoor een vlucht eerder mogelijk is. Ook in het geval escorts nodig zijn, is eiser van mening dat na de nationaliteitsbevestiging twee weken de maximale periode is om zijn uitzetting te effectueren. Het duurt nu bijna een maand en eiser meent dat dit te lang duurt.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Nadat eisers nationaliteit is bevestigd op 17 augustus 2023 heeft verweerder binnen enkele dagen op 21 augustus 2023 een vluchtaanvraag ingediend. Dat de uitzetting van eiser gepland staat op 13 september 2023 acht de rechtbank ook voldoende voortvarend. Hierbij is van belang dat nog een reisdocument afgegeven dient te worden, verweerder nog akkoord voor vervoer over Belgisch grondgebied moet verkrijgen en afhankelijk is van de Koninklijke Marechaussee voor de benodigde escorts. Eiser wordt niet gevolgd in zijn enkele stelling dat de maximale periode tussen de nationaliteitsbevestiging en de uitzetting twee weken mag zijn.
6. Verder is de rechtbank van oordeel dat indien eiser vrijwillig wenst te vertrekken, het aan hem is om dat kenbaar te maken. Er heeft, na de bevestiging van eisers nationaliteit, op 21 augustus 2023 een gesprek plaatsgevonden. Eiser heeft tijdens dat gesprek nogmaals verklaard niet terug te willen keren naar Gambia. Daarmee maakt eiser niet aannemelijk dat hij mogelijk berust in zijn vertrek.
7. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.3
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.