ECLI:NL:RBDHA:2023:19394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij afwijzing asielaanvraag en ambtshalve toets artikel 8 EVRM
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende man, diende op 3 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Hij vreesde terugkeer vanwege bedreigingen van de familie van zijn ex-vriendin, met wie hij een problematische relatie had. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de gestelde problemen.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn verklaringen niet tegenstrijdig waren en dat hij eerder internationale bescherming had gekregen in Syrië en Bulgarije. De rechtbank stelde echter vast dat de staatssecretaris terecht oordeelde dat de verklaringen over de relatie en gevangenschap onvoldoende geloofwaardig waren en dat eerdere erkenningen niet op hetzelfde relaas waren gebaseerd.
De rechtbank constateerde echter dat de staatssecretaris niet ambtshalve had beoordeeld of eiser recht had op een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, ondanks dat eiser gehuwd is met een Bulgaarse vrouw. Dit vormde een motiveringsgebrek. De rechtbank gaf de staatssecretaris zes weken de tijd om dit gebrek te herstellen en bepaalde dat verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt een motiveringsgebrek vast en geeft de staatssecretaris zes weken om dit te herstellen door ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM.