Eiser, die sinds oktober 2019 een bijstandsuitkering ontvangt, heeft op 23 november 2021 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank baseert zich op een eerder medisch, psychologisch en arbeidsdeskundig advies van 17 februari 2020, waarin is vastgesteld dat eiser niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en kan deelnemen aan een re-integratietraject. Eiser betwistte dat hij onvoldoende inspanningen had verricht om zijn inkomen te verbeteren en gaf aan door medische aandoeningen niet te kunnen werken, maar bracht geen nieuwe medische stukken in.
Tijdens de zitting gaf eiser aan alleen vanuit huis te kunnen werken, maar had geen actieve stappen ondernomen om dit te realiseren. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij helemaal niet kan werken en dat er uitzicht is op inkomensverbetering. Daarom is de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.