Eiseres diende op 15 maart 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor familieleden in het kader van nareis. De staatssecretaris stelde niet tijdig een besluit vast, waarop eiseres de staatssecretaris op 15 september 2023 in gebreke stelde en op 17 oktober 2023 beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden door de staatssecretaris, is verstreken. De ingebrekestelling was rechtsgeldig en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging een bijzonder geval is en stelt een termijn van acht weken voor alsnog beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500, waarvan €1.442 reeds is verbeurd.
De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.E. Geçer en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.